Inzicht · wat het onderzoek laat zien

Wat het onderzoek leert over verzuim

Eén rode draad: verzuim laat zich niet sturen met brede, generieke programma’s, en de demografische samenstelling van je personeel verklaart het nauwelijks. Het sterkste signaal waarover je nu al beschikt, zit in je eigen verzuimdata, en de aantoonbaar werkzame hefbomen zijn gericht, vroeg en werkplekgebonden.

2 AI-literatuuronderzoeken: wat werkt en wat verzuim verklaart circa 200 bronnen Tegengelezen door een tweede AI-model
⚠

AI-gegenereerde samenvatting, alleen ter informatie. Deze pagina is met AI opgesteld op basis van wetenschappelijke bronnen en onderzoeksrapporten, en kan fouten bevatten. Controleer feiten en bronnen altijd zelf voordat je er conclusies of beleid op baseert. Stand: september 2026.

De rode draad

Zes lessen, met hun bewijskracht

Elke les is gelabeld op hoe hard het bewijs is. Sterk: meerdere onafhankelijke studies met dezelfde uitkomst. Nuance: klopt, maar met een belangrijke kanttekening. Mythe: populair, maar door onderzoek weerlegd.

1

Gericht, vroeg en werkplekgebonden werkt. Breed en generiek niet.

Wat aantoonbaar verzuim verkort: een gecombineerde werkgerichte en klinische aanpak bij psychische klachten (circa 25 dagen)1 en werkplekaanpassing bij lichamelijke klachten (circa 33 dagen)2. Wat geen aangetoond effect op verzuim heeft: brede wellness- en leefstijlprogramma’s, ook in de twee grootste gerandomiseerde studies tot nu toe34.

Sterk bewijs
2

Het sterkste dat je hebt, heb je al: verzuimhistorie.

De beste voorspeller van toekomstig verzuim is niet leeftijd of geslacht, maar het aantal eerdere ziekmeldingen. Dat staat al in elk verzuimsysteem en voorspelt beter dan het totale aantal verzuimdagen56. Wel met een harde grens: bruikbaar voor vroegsignalering op groepsniveau, niet voor zekerheid over één persoon.

Sterk bewijs
3

Twee valkuilen: minder klachten is niet minder verzuim, en de persoon is niet de organisatie.

Minder klachten betekent niet minder verzuim: mindfulness verlaagt stress, maar niet aantoonbaar het verzuim. En een kenmerk dat voorspelt wie verzuimt, verklaart niet automatisch het verschil tussen organisaties: leeftijd en geslacht doen dat op gemeenteniveau vrijwel niet78.

Nuance
4

De zwaarste oorzaken staan niet in je personeelssysteem.

Ervaren gezondheid, chronische aandoeningen en mentale gezondheid zijn de zwaarste factoren910, maar ze staan niet in een personeelssysteem en mogen daar op persoonsniveau ook niet in staan (AVG, artikel 9). Een model op puur administratieve data mist dus per definitie een groot deel van de verklaring. Dat is een ontwerpgrens, geen gat dat je goedkoop dicht.

Sterk bewijs
5

Norm en voorspeller zijn twee verschillende dingen.

Een norm (wat je van een organisatie met deze samenstelling mag verwachten) vergelijkt organisaties op hun structurele samenstelling en hoort geen verzuimhistorie te bevatten. Een voorspeller kijkt juist vooruit op basis van die historie. Tussen gemeenten onderling houdt vooral organisatiegrootte stand als normfactor; dat de sector openbaar bestuur hoog scoort, verklaart waarom gemeenten als groep boven andere sectoren zitten, niet waarom de ene gemeente van de andere verschilt9. De grote landelijke verzuimdaling kwam bovendien door financiële prikkels, niet door procedurele voorschriften11.

Nuance
6

Wantrouw kant-en-klare formules en hardnekkige mythes.

Drie populaire aannames houden geen stand: alcohol dat verzuim verhoogt (over langere tijd gevolgd: geen effect)12, “maandagverzuim” (verzuim is juist het laagst op maandag)13, en de Bradford-factor, een rekenformule voor frequent kort verzuim, als voorspeller (nooit gevalideerd, met discriminatierisico). Toon signalen en interventies daarom altijd met hun bewijskracht.

Mythe weerlegd

Voor het portaal

Wat dit betekent voor het Verzuimportaal

  • Bouw de voorspeller op verzuimhistorie. Dat is het sterkste signaal dat vandaag al beschikbaar is. Communiceer eerlijk dat het op groepsniveau werkt, niet als individueel oordeel.
  • Scheid norm en voorspeller. De norm op structurele samenstelling (tussen gemeenten vooral organisatiegrootte), de voorspeller op historie en patroon.
  • Label elke interventie en elk signaal op bewijskracht. Zet de bewezen effectieve aanpakken voorop en markeer populaire maar onbewezen aanpakken expliciet als zodanig.
  • De onderscheidende waarde zit in transparante validatie op de data van de A&O-Personeelsmonitor. Wij hebben geen openbare, gevalideerde studie gevonden die op die data laat zien welke factoren met welk gewicht verzuim bepalen. Daar kan het portaal het verschil maken.

Verantwoording

Bronnen

De dragende bronnen achter de lessen hierboven. Het volledige onderzoek telt circa 200 bronnen.

  1. Nieuwenhuijsen K. e.a. (2020). Interventions to improve return to work in depressed people. Cochrane Database of Systematic Reviews, CD006237. doi.org/10.1002/14651858.CD006237.pub4
  2. van Vilsteren M. e.a. (2015). Workplace interventions to prevent work disability in workers on sick leave. Cochrane Database of Systematic Reviews, CD006955. doi.org/10.1002/14651858.CD006955.pub3
  3. Song Z., Baicker K. (2019). Effect of a Workplace Wellness Program on Employee Health and Economic Outcomes. JAMA, 321(15). doi.org/10.1001/jama.2019.3307
  4. Jones D., Molitor D., Reif J. (2019). What Do Workplace Wellness Programs Do? (Illinois Workplace Wellness Study). Quarterly Journal of Economics, 134(4). doi.org/10.1093/qje/qjz023
  5. Roelen C.A.M. e.a. (2013). External validation of two prediction models identifying employees at risk of high sickness absence. BMC Public Health, 13:105. doi.org/10.1186/1471-2458-13-105
  6. Roelen C.A.M. e.a. (2010). The history of registered sickness absence predicts future sickness absence. Occupational Medicine, 60(4). doi.org/10.1093/occmed/kqq181
  7. A&O fonds Gemeenten (2023). Aanvullende analyse cijfers ziekteverzuim gemeenten. aeno.nl/aanvullende-analyse-resultaten-ziekteverzuim
  8. Haanstra V., Dekker B. / Regioplan (2021). Samen beter: ziekteverzuim binnen gemeentelijke organisaties (in opdracht van A&O fonds Gemeenten e.a.). aeno.nl (eindrapport, pdf)
  9. Fernandez Beiro L., Floris J. / CBS (2017). Verschillen in ziekteverzuim tussen bedrijfstakken. Sociaaleconomische trends. cbs.nl (pdf)
  10. de Vroome E., van de Ven H. / TNO (2023). Multivariate Verzuimkostenmodel toegepast op de NEA2021 (TNO-2023-R11315). publications.tno.nl (pdf)
  11. Koning P., Lindeboom M. (2015). The Rise and Fall of Disability Insurance Enrollment in the Netherlands. Journal of Economic Perspectives, 29(2). aeaweb.org
  12. Hashemi N.S. e.a. (2022). A systematic review and meta-analysis uncovering the relationship between alcohol consumption and sickness absence. PLOS ONE, 17(1). doi.org/10.1371/journal.pone.0262458
  13. Vahtera J., Kivimäki M., Pentti J. (2001). The role of extended weekends in sickness absenteeism. Occupational & Environmental Medicine, 58(12). doi.org/10.1136/oem.58.12.818
  14. Keus van de Poll M. e.a. (2020). Preventing sickness absence among employees with common mental disorders or stress-related symptoms at work: a cluster randomised controlled trial of a problem-solving-based intervention conducted by the Occupational Health Services. Occupational & Environmental Medicine, 77(7). doi.org/10.1136/oemed-2019-106353
  15. Framke E., Sørensen O.H., Pedersen J., Rugulies R. (2016). Effect of a participatory organizational-level occupational health intervention on short-term sickness absence: a cluster randomized controlled trial. Scandinavian Journal of Work, Environment & Health, 42(3). doi.org/10.5271/sjweh.3559

Verantwoording en reikwijdte. Samengevat uit twee uitgebreide literatuuronderzoeken met AI (wat werkt, en wat verzuim verklaart), elk tegengelezen door een tweede AI-model. De zwakste schakel is de vertaling naar gemeenten: gecontroleerd, gemeentespecifiek Nederlands effectbewijs ontbreekt, dus de conclusies steunen op onderzoek in de algemene beroepsbevolking plus zelfgerapporteerde praktijkvoorbeelden. Wel zijn twee van de sterkste interventiestudies bij overheidspersoneel uitgevoerd: een Zweedse studie via de arbodienst (driekwart van de deelnemers bij gemeente, regio of rijk)14 en een Deense studie in de gemeentelijke kinderopvang15. Die zijn beter overdraagbaar dan de meeste andere bronnen, maar bewijzen niets specifiek voor Nederlandse gemeenten.